De inhoud van de boeken I, II, III

Boek I van de analyse

De zeven muziekdrama’s zijn één grote symbolische vertelling, die onbegrijpelijk is en op vele momenten onzinnig wordt, als je die zonder enige kennis van het mystieke denken en zonder enige kennis van de taal der symbolen benadert.
In boek I wordt die basale kennis opgebouwd. Bovendien wordt stil gestaan bij Wagners wijze van dichten en componeren en wordt een eerst beeld geschetst van de samenhang tussen de zeven werken.

Boek II van de analyse

In boek II worden Das Rheingold (Vorabend), Die Walküre (erster Tag), Siegfried (zweiter Tag)en Götterdämmerung (dritter Tag) geanalyseerd.

Boek III van de analyse

In boek III worden Tristan und Isolde, Die Meistersinger en Parsifal besproken.

De thematische samenhang
tussen de zeven muziekdrama’s

korte beschrijving

Voor een uitgebreidere beschrijving – zie hieronder

Wagners zeven muziekdrama’s – Bühnenweihspiele

Wagner heeft aan zijn laatste werk Parsifal de ondertitel Bühnenweihfestspiel – mogelijk te vertalen met een inwijdings-gebeuren in het theater – meegegeven. In feite bieden al deze werken een onvoorstelbare hoeveelheid ingewijde kennis. Dat is ook ongetwijfeld zijn zeer bewust gekozen doel geweest. Daarvoor zij verwezen naar zijn boek Oper und Drama en naar wat in deze analyse is opgenomen over Wagners uitgangspunten als dichter en componist.

Der Ring des Nibelungen (1-4)

Wagners 7 grote muziekdrama’s beschrijven de gehele bewustzijnsontwikkeling van de mens.
Die begon in een ver verleden met de eerste vormen van religiositeit enerzijds en de vorming van ons zelfbewustzijn, het smeden van onze ‘ring’, ons ego, anderzijds.
Dit wordt beschreven in de tetralogie Der Ring des Nibelungen, bestaande uit de muziekdrama’s Das Rheingold (1), Die Walküre (2), Siegfried (3) en Götterdämmerung (4).
Het hoogste ideaal in het leven van de voor-christelijke mens is de ontwikkeling van dit ego tot heldendom.
Op allerlei manier wordt bovendien aangegeven, hoezeer wij mensen onderdeel zijn van een keten van hiërarchieën, waaronder de godenschaar der Azen onder leiding van de oppergod Wotan en Moeder Aarde, verpersoonlijkt door de nog boven de Azen verheven godin Erda.

Voor een uitgebreidere beschrijving van deze vier muziekdrama’s: zie hieronder.

Tristan und Isolde – Die Meistersinger – Parsifal (5,6,7)

In Tristan und Isolde (5) moet de grootste held van deze ‘ego-vorming’ – Tristan – ontdekken, dat de liefde een kracht is, die nog groter is dan zijn heldendom. De liefde breekt de geslotenheid van het ego – van de ‘ring’ – open. Van de christelijke boodschap is nog geen sprake, maar de essentie ervan is geboren.
Wat op het eerste gezicht louter een groots liefdesdrama lijkt, is in diepere zin de opening van onze innerlijke belevingswereld. Dat gebeuren is de grootste revolutie in de totale bewustzijnsontwikkeling van de mens en deelt deze in twee fasen. Een reeks van kwaliteiten en vermogens, die in de mens voorheen sluimerden, kan zich gaan ontwikkelen.
Wat twee tot drie millennia geleden bij sommigen  begon, is voor velen op de wereld nog maar net aangevangen. We verkeren niet meer alleen in het verleden, voor menigeen is de thematiek levende actualiteit.

In Die Meistersinger (6) worden we geconfronteerd met een cluster van thema’s.
We verkeren we in een burgermaatschappij, waarin innerlijk ontwaakte mensen steeds zelfstandiger worden.
Het innerlijke ontwaken brengt ons ook het vermogen van de creativiteit. Met Walther von Stolzing gaan we ontdekken, hoe we levensidealen, die eerst nog als onrealistische, vage inspiraties – als een ‘morgendroom’ – in ons leven, eerst in kunstvormen gestalte kunnen geven en tenslotte ook nog in het leven kunnen realiseren. De kunsten moeten de inspiratiebron voor mens en maatschappij worden. Dat is het hoogste doel van de kunsten en daarom is dit zo’n belangrijk thema in dit werk.

In Parsifal (7) wordt de reis naar de volkomen zelfrealisering gedramatiseerd. Dat vraagt niet alleen volkomen zelfstandigheid – soevereiniteit, het beeld van de ideale, ‘gezalfde’ koning, de christus – maar vereist tegelijkertijd ook een liefdevolle verbondenheid met alle leven en dus ook met alle mensen, die die soevereine staat nog niet hebben bereikt. Aan die queeste kan de mens pas beginnen, als hij eerst het ‘zeker weten op basis van geloof’ – gesymboliseerd door de witte zwaan – heeft ‘gedood’ en de reis gaat, die leidt tot ‘zeker weten op basis van eigen ervaring’. Dat betekent de christelijke liefde volkomen in praktijk kunnen brengen. Met de dramatisering van alle uiterlijke, maar bovenal van alle innerlijke strijd, die de mens moet leveren om die ware Meester des levens te worden, sluit Wagner zijn œuvre af. Wat met een ‘ring van duisternis’ begon is tot een ‘ring van licht’ geworden.

Voor een uitgebreidere beschrijving van deze drie muziekdrama’s: zie hieronder.

De thematische samenhang
tussen de zeven muziekdrama’s

uitgebreidere  beschrijving

Voor een korte beschrijving – zie hierboven

Wagners zeven muziekdrama’s – Bühnenweihspiele

Wagner heeft aan zijn laatste werk Parsifal de ondertitel Bühnenweihfestspiel – mogelijk te vertalen met een inwijdings-gebeuren in het theater – meegegeven. In feite bieden al deze werken een onvoorstelbare hoeveelheid ingewijde kennis. Dat is ook ongetwijfeld zijn zeer bewust gekozen doel geweest. Daarvoor zij verwezen naar zijn boek Oper und Drama en naar wat in deze analyse is opgenomen over Wagners uitgangspunten als dichter en componist.

Der Ring des Nibelungen

Dit reusachtige en unieke werk bestaat uit vier afzonderlijke muziekdrama’s: Das Rheingold (Vorabend) (1869), Die Walküre (erster Tag)( 1870), Siegfried (zweiter Tag) (1876) en Götterdämmerung (dritter Tag) (1876).
Het verhaalt van de vorming en de eerste fasen van bewustzijn van de mensheid in een ver verleden.

(1) Das Rheingold – Vorabend

In Das Rheingold zien we onze aarde nog niet in de huidige staat. Nevels golven over een nog grillige aardkorst. De idee van een rivier als de Rijn is weliswaar reeds in de geestelijke wereld van de goden te vinden, maar op aarde zijn de nevels nog geenszins tot rivieren gecondenseerd. Deze nevelige wereld heet Nibelheim. Pas in de Götterdämmerung is er sprake van de Rijn als een werkelijke rivier.

Ook is er nog geen sprake van een mensheid zoals wij die nu kennen.
Sommige menselijke wezens komen door het gevoel, dat grote machten – goden – de wereld regeren, tot een eerste vaag bewustzijn. De beleving van de grootsheid van deze godenschaar – de Azen onder leiding van Wotan – vervult hen zo, dat zij fysiek tot reuzen worden. En zij bouwen voor hun goden in de geest – in het element lucht – het Walhalla, een geestelijk oriëntatiepunt om hun godsbeleving te bevestigen.
Andere menselijke wezens beginnen de krachten in zichzelf te ervaren. Zij komen daardoor tot een eerste vaag zelfbewustzijn (in de verste verte niet te vergelijken met ons huidige zelfbewustzijn, eerder met ons onderbewustzijn).
In de nevels, in het waterige element, het symbool van het onderbewuste, ligt – gelijk een embryo in het vruchtwater – het ‘goud’ van het scheppende vermogen en het bewustzijn in de natuur verborgen: het Rijngoud. Uit dat goud smeedt deze tweede groep menselijke wezens zijn ring, symbool van de eigen, kleine afgesloten wereld van hun ontwakende zelfbewustzijn, waarin zij zichzelf als het middelpunt beginnen te ervaren. Deze in de nevels levende mensen, de Nibelungen, raken vervuld van de ontdekte krachten in hun eigen kleine wereld en worden tot fysieke dwergen.
Aan deze Ring van de Nibelung dankt de gehele tetralogie zijn naam: Der Ring des Nibelungen.

Zo ontstaat er de polariteit reuzen-dwergen binnen de ontwakende mensheid, ieder met zijn eigen geestelijke gezag en oriëntatiepunt of machtscentrum.
Deze differentiëring doet de oorspronkelijke ‘paradijselijke’ eenheid uiteenvallen.
Het ‘bouwen’ van het Walhalla en het ‘smeden’ van de Ring moet ‘betaald’ worden. De liefde, die voorheen de eenheid waarborgde, moet worden geofferd. De liefde is echter voor deze oermensen een nog onbekend fenomeen. Ze offeren de liefde dan ook zonder te weten, wat de liefde is en wat de gevolgen van hun daad zullen zijn.
Er ontstaat een wisselwerking tussen Goden, reuzen en dwergen, een krachtenspel, waarin liefdeloos naar macht en zelfrealisatie wordt gestreefd.
De confrontaties leiden tenslotte tot een situatie, waarin zowel de reuzen als de dwergen hun daadkracht verliezen. Deze eerste menselijke oervormen blijken gezien hun eenzijdigheid niet levensvatbaar.
Vanuit deze impasse komt de impuls voor een nieuw mensenras, dat zowel op de goden gericht is als zelfbewustzijn gaat tonen. Daarmee wordt de vooravond afgesloten en zijn we gereed om de drie eerste ‘dagen’ van de zelfbewustzijns-ontwikkeling van de mensheid in te gaan. De invloed van de goden onder leiding van de oppergod Wotan is aanvankelijk groot, maar neemt af naarmate het zelfbewustzijn in de mensen groeit.

Een immens actuele parallel:
Er speelt hier een immens actuele parallel: Onze milieuproblematriek in combinatie met de kunstmatige intelligentie, die wij aan de materiele wereld geven.
De oppergod Wotan heeft zijn hand op aarde overspeeld. Aan het slot van Das Rheingold verschijnt de godin der aarde Erda en zij waarschuwt Wotan en zijn godenschaar indringend, dat hun optreden rampzalig voor hun zal zijn als zij zich niet anders gaan gedragen.
Wotan zoekt Erda op en leert van haar, wat hem te doen staat om niet door aardekrachten ten onder te gaan. De symboliek drukt dat uit doordat uit de ontmoeting tussen Erda en Wotan de Walkure Brünnhilde wordt geboren. Zij verpersoonlijkt nu Wotans wil en dat betekent de harmonie op aarde herstellen, voordat de aarde zich op hem en zijn godenschaar zal wreken.
Wotan beseft, dat hij het gevaar, dat uit de mensenwereld dreigt, niet zelf kan weren en dus menselijke helden nodig heeft met een verhoogde bewustzijns-kwaliteit. Hij besluit een deel der mensen met een nieuwe vorm van intelligentie te ‘bewapenen’. Hij schenkt ze het vermogen te onderscheiden, gesymboliseerd door het zwaard Notung, dat moet helpen in de grote nood.
Daarmee komen we in de drie dagen, die de levensgang van dit zwaard-dragende half-goddelijke mensengeslacht beschrijven.)

(2) Die Walküre – erster Tag

We worden geconfronteerd met het half-goddelijke heldengeslacht der Wälsungen, te vergelijken met de halfgoden bij de oude Grieken.
Enerzijds staan zij nog in een directe relatie met de goden, zij het veel vrijer dan de in decadentie vervallen reuzen. De goden bepalen nog in hoge mate hun lot. Maar het verzelfstandigingsproces vanuit de dwergen-wereld heeft hen ook beroerd. Ze tonen een groot zelfbewustzijn.
Deze halfgoden ontvangen van de oppergod Wotan het onderscheidingsvermogen, waarvoor het zwaard Notung het symbool is. Onderscheidingsvermogen betekent een enorme stap vooruit in de bewustzijnsontwikkeling der mensheid. Dit vermogen valt de mens ten deel vanaf het moment, waarop hij tot zelfreflectie in staat geraakt. De geliefde biedt ons een spiegel van het eigen innerlijk. De Wälsungen-tweeling Siegmund en Sieglinde worden een liefdespaar. Zij bieden elkaar de spiegeling van het eigen verborgen innerlijke wezen. De liefde verbindt de uit een eenheid geboren twee-ling weer. Dit alles vindt plaats in het licht van de maan, symbool voor het onderbewustzijn. (Eerst in de overgang van de tweede naar de derde dag – na de Zondvloed – zal de zon voor het eerst door de nevels breken, zal de mens pas in het heldere dagbewustzijn kunnen ontwaken en zal dus ook de liefde in het licht van de zon, in het dagbewustzijn ervaren kunnen worden. Dat is één van de vele momenten, waarop de samenhang tussen planetaire ontwikkelingen op aarde en de mythe der mensheid zichtbaar wordt.)
Door het ontwakende onderscheidingsvermogen – het bezit van het zwaard Notung – komt de mens tot een verhoogde zelfstandigheid en tot de ontdekking van de menselijke liefde.

De in de ‘vooravond’ (Das Rheingold) geofferde liefde moet hervonden worden. In de ‘eerste dag’ toont ze haar ‘eerste gezicht’ op menselijk niveau. De godenwereld kent de menselijke liefde niet en wordt overrompeld door de kracht ervan. De menselijke liefde trotseert de wil der goden. Hun absolute macht wordt gebroken. Heldendom stevent af op een mix van menselijk zelfbewustzijn, gesterkt door liefde en goddelijke kwaliteiten. Het zwaard van de mens breekt weliswaar nog op de speer – symbool van Wotans goddelijke macht – maar de oppergod ziet zich wel gedwongen zijn ‘wil’, verpersoonlijkt in zijn lievelingsdochter de Walkure Brünnhilde, los te laten en binnen het bereik der mensen te brengen. Naar haar verwijst de titel van deze eerste dag Die Walküre.

(3) Siegfried – zweiter Tag

Gedurende de ‘tweede dag’ zien we de vrije natuurmens Siegfried – het kind van het liefdespaar uit de ‘eerste dag’ – zich losmaken van de krachten uit het verleden. Hij smeedt uit de stukken van het zwaard van zijn vader zijn eigen zwaard, zijn eigen gedachtenwereld, onderscheidingsvermogen en levenswandel. En nu zal de goddelijke speer op het menselijke zwaard stuk breken. De menselijke weg naar zelfstandigheid bereikt een climax als Siegfried – zij het volstrekt onwetend – Wotans speer verbrijzelt. Vanaf dat moment is de directe band tussen goden en mensen verbroken. De goden verdwijnen uit de belevingswereld der halfgoden, zij geraken in de ‘godenschemering (Götterdmmerung). Maar bij het verbreken van de directe verbinding tussen goden en halfgoden in macro-kosmische zin, wordt er op hetzelfde moment in micro-kosmische zin een nieuwe band geslagen: Siegfried verbindt zich met de godendochter Brünnhilde: het ‘tweede gezicht’ van de liefde.

(4) Die Götterdämmerung – dritter Tag

Gedurende de ‘derde dag’ zien we Siegfried zijn weg vervolgen. We zijn in een luisterrijke cultuur van ‘gewone’ helden aan de Rijn terecht gekomen, waarmee de vele grote culturen die zich vroeger rond de grote rivieren vormden, zijn te vergelijken. Het is het rijk van de Gibichungen, van koning Gunther en zijn zuster Gutrune
De Zondvloed, die de overgang tussen de 2e en de 3e dag markeert, heeft veel herinneringen uit vroeger tijden uit het dagbewustzijn gewist en in het onderbewustzijn – waar het water symbool voor staat – opgenomen. Zo is ook Siegfried zijn oorsprong en verleden vergeten. Zijn verbinding met de godendochter Brünnhilde is in zijn onderbewustzijn verzonken. Een wereldser ‘derde gezicht’ van de liefde in de gedaante van de fysiek beeldschone Gutrune doet hem onbewust zijn goddelijke bruid verloochenen. Er worden huwelijken gesloten: de halfgod Siegfried trouwt met Gutrune  en de inmiddels geïncarneerde Brünnhilde met koning Gunther. Alles symboliseert, hoe de ervaringen en kwaliteiten van de halfgoden zich gaan vermengen met die van gewone helden.
Koudbloedige machtslust verpersoonlijkt door de halfbroer van Gunther en Gutrune, de zwarte magier Hagen, maakt uiteindelijk een einde aan Siegfrieds bestaan. Het centrum van de heidense helden-idealen – het Walhalla – gaat met zijn hoogste representanten Siegfried en Brünnhilde in vlammen op. Slechts uit de as van deze levenservaring der mensheid uit lang vervlogen tijden kan de nieuwe levensfase herrijzen. De tetralogie eindigt met de hoopvolle klanken van de moederliefde, die het ego overstijgt, van het Liebeserlösung-motief: we zijn voorbereid op Wagners Tristan und Isolde en een verdere verdieping van de liefdeservaring.

De actualiteit van het verhaal

Hoe meer we willen begrijpen waar de mensheid naar toe moet groeien, hoe meer we moeten terugblikken in zijn verleden. Een ‘gouden koord’ verbindt verleden, heden en toekomst. Wie bewust en zinvol aan de toekomst wil bouwen zal het heden als gevolg van het verleden moeten leren verstaan. We moeten ons eerst bewust worden waaruit we zijn ontstaan, wat we onderweg hebben ‘verloren’ en ‘gewonnen’ en waardoor en waarom dat gebeurde. Eerst dan kunnen we begrijpen wie we thans zijn. En alleen vanuit die wetenschap kunnen we verantwoord onze weg naar de toekomst bouwen. Daarin ligt de actuele betekenis van deze blik in het verre verleden. Dit onbetwistbare document over de mythe der mensheid biedt zeer vele extrapolaties naar de tijd die gaat komen.

Tristan und Isolde – Die Meistersinger – Parsifal

Met de eerste vier muziekdrama’s van Der Ring des Nibelungen wordt ons veel ingewijde kennis gegeven over de wijze, waarop wij met Moeder Aarde en hogere hiërarchieën verbonden zijn, volgens welke wetten levensprocessen zich voltrekken, welke stappen van ontwikkeling de mens in het verre verleden heeft doorlopen en waardoor zijn opeenvolgende culturen werden bepaald. Maar tot zelfkennis komen –  het Ken u zelf – en tot volkomen soevereiniteit, voor die beide grote vermogens is innerlijk ontwaken voorwaardelijk, simpelweg omdat het in beide gevallen juist om de verkenning en de ontwikkeling van dat innerlijk gaat. Dat zijn vermogens, die in de volgende drie muziekdrama’s worden aangereikt. Het meditatieve karakter van deze drie werken is veel groter dan dat van de tetralogie. Dat is geen kwestie van kwaliteit, maar simpelweg het gevolg van het feit, dat de tetralogie ons met ons mythische verleden confronteert – en dat kan in hoge mate ontroeren, omdat er iets in ons diepe onderbewustzijn  over ons collectieve verleden wordt wakker geroepen. Maar de nu volgende drie muziekdrama’s zijn voor onze beleving van een principieel andere geladenheid, omdat ze – als we daar tenminste voor open staan – ons kunnen inspireren op onze verdere en toekomstige reis van inwijding.

(5) Tristan und Isolde

In Tristan und Isolde opent een nieuw soort liefde, die de ander als een deel van onszelf doet ontdekken, als een ‘koevoet’ de innerlijke wereld in de mens. De mens betreedt hierdoor een compleet nieuwe belevingswereld in zichzelf. Als we ons werkelijk mee laten nemen in het muziek-dramatische gebeuren van Tristan und Isolde, kan ons dat bewust maken, hoe bijzonder die innerlijke belevingswereld eigenlijk is, kunnen we aangespoord worden om die innerlijke wereld verder open te breken en deze te verruimen en ons bewust worden, waar het onsterfelijke deel van ons wezen uit bestaat. Dan gaat het ons dagen, dat die innerlijke belevingswereld even oneindig is als de macro-kosmos om ons heen.

(6) Die Meistersinger von Nürnberg

In Die Meistersinger von Nürnberg worden we geconfronteerd met een cluster van thema’s.
We verkeren in een burgermaatschappij, waarin innerlijk ontwaakte mensen steeds zelfstandiger worden.
Het innerlijke ontwaken brengt ons ook het vermogen van de creativiteit. Met Walther von Stolzing gaan we ontdekken, hoe we levensidealen, die eerst nog als onrealistische, vage inspiraties – als een ‘morgendroom’ – in ons leven, in kunstvormen gestalte kunnen geven, ze daardoor tastbaarder kunnen maken en voor onze herinnering en bewustwording kunnen bewaren. Dan ligt de weg open om ze tenslotte in het leven daadwerkelijk te kunnen realiseren. Zo moeten de kunsten de inspiratiebron voor mens en maatschappij worden. Dat is het hoogste doel van de kunsten en daarom is het wezen van de kunst ook zo’n belangrijk thema in dit werk.
Wie de inspiratie van de Muze ervaart, ontdekt bovendien de realiteit, kracht en superioriteit van de geestelijk wereld. Dan kunnen we vervolgens de moed vatten om met haar hulp de hoogst denkbare idealen in het concrete leven als levensthema’s op te pakken. Zo vindt Walher von Stolzing “met de Muze van de Parnassus” de liefdevolle verbinding met zijn geliefde Eva, voor hem “de Eva van het paradijs”.

De actualiteit van dit machtige muziekdrama is enorm.
De introductie van de idealistische, geïnspireerde mens Walther von Stolzing roept weerstand op in de wereld van de decadent geworden meesterzangers. Zij vertegenwoordigen een geestelijke visie op het leven, die te bekrompen is om nog toekomst te kunnen hebben. Aan het einde van de 2e acte in de Midzomernacht breekt in het anders zo rustige burgerleven van de stad Nürnberg het ‘allen tegen allen’ uit, zonder dat duidelijk is, wat de directe aanleiding daartoe is. De wijze schoenmaker en poëet Hans Sachs spreekt van een kabouter, een glimwormpje, wij van een virusje.
Niets minder dan het mechanisme, dat een totale cultuur-breuk brengt, wordt in dit muziekdrama beschreven. Het is een weergaloze symbolische beschrijving van het gebeuren in onze huidige mondiale samenleving. Met Sachs trachten we het mechanisme te doorgronden. In de slotsc
ène van de 3e acte, op Midzomerdag, is de chaos voorbij en is een nieuwe vreedzame samenleving ‘geboren’.

(7) Parsifal

De traditionele christelijke beleving, een soort ‘zeker weten op basis van geloof’ moeten wij verlaten om ruimte te maken voor ‘zeker weten op basis van eigen ervaring’. Dat zal Parsifal ook doen door de witte zwaan, symbool van het reine geloof, in zijn naïviteit te doden. Inhoudelijk zal dit nieuwe religieuze leven niet anders zijn. Het gaat er nu alleen om, dat wij zelf de bron van onze levensovertuiging moeten worden en niet een leer, boek of geestelijke autoriteit.
Ook bij deze levensopdracht is het innerlijke ontwaken en de daarmee verbonden individualisering van de mens alles bepalend.
Tot voor kort vormden de niet geïndividualiseerde mensen een gemakkelijk te bespelen naïeve massa voor allerlei manipulerende krachten. Op ons aller zielen zijn de lidtekens van eeuwen en eeuwen van daaruit voorkomend lijden gegrift. Maar de massa’s hadden nauwelijks verweer. Dat wordt anders, nu er steeds meer zelf denkende en handelende mensen komen.
Dat inzicht moeten we koppelen aan een ander gegeven, dat door Parsifals ouders wordt verpersoonlijkt.
Hoe vaak is idealistisch strijden in het verleden niet gestrand – die herinneringen verpersoonlijkt Parsifals vader Gamuret. Hoeveel tragisch leed is daar niet uit voortgekomen – de diepe doorleving daarvan verpersoonlijkt zijn moeder Herzeleide. Met die ‘ouderlijke rugzak’ in ons onderbewustzijn wordt iedere mens geboren.
Wie niet direct met allerlei dogma’s, vooroordelen en bovenal met het alles verziekende cynisme wordt beladen, maar met een zekere naïviteit zijn levensweg kan beginnen, zal in de komende tijd bij machte zijn de bron van alle lijden bloot te leggen. Want bij hem zal net als bij de naïeve Parsifal iedere verleiding, al het leed dat hij ziet en ondervindt gaan resoneren met wat er aan herinneringen in zijn ziel leeft. Hij herkent telkens, hoe het eerder fout is gegaan en wordt zo door ‘mededogen wetend’. ‘Gewapend’ met die vrije geest en de vrije wil van zijn ontwaakte individualiteit, zal hij met Parsifal de weg gaan, die leidt tot ‘verlossing van onze innerlijke Verlosser’. De 3e akte speelt ook niet voor niets op Goede Vrijdag.
Dit psychologische proces is hier met slechts enkele zinnen verwoord, is echter een ongekend zwaar psychologisch gevecht. Het duet in de tweede acte tussen Parsifal en zijn innerlijke Kundry zou voeding kunnen zijn voor een nieuwe visie op de menselijke psychologie.
De zwaarste beproeving komt tot slot: de lijdensweg – de kruisweg – omdat al het leed, dat anderen ons aandoen, dan met oneindig geduld verdragen en alleen met liefde, mededogen en begrip beantwoord moet worden.